Photoshop Menu > Gereedschappen [Tools] CC2015

gereedschappen

Op deze pagina komt tevens een lijst met tips en trucs, die regelmatig zal worden aangevuld. De lijst van de laatste versie van Photoshop (zie menu op deze website) wordt steeds geupdated.

 Om niet de hele pagina door te hoeven zoeken naar een term, klik je in de browser (de tool waarmee je internet op gaat, zoals Firefox, Internet Explorer, Google Chrome) op Ctrl + F. Er opent zich dan een zoekbalkje waarin je de term kunt typen die je zoekt. Druk op Enter en/of volgende en binnen deze webpagina wordt dan die term gevonden.

Alle genoemde termen zijn zowel in het Nederlands als het Engels vermeld. Derhalve kan deze lijst ook dienen als vertaling Photoshop Engels-Nederlands en/of Nederlands-Engels.

Door het indrukken van de genoemde sneltoets op je toetsenbord wordt het Gereedschap [Tool] geselecteerd en kun je er mee werken. Als je een Gereedschap [Tool] hebt geselecteerd, kun je deze met de linkermuisknop ingedrukt gebruiken. Met de rechtermuisknop krijg je vaak extra opties. De Optiebalk (zie 2) [Option Bar] verandert mee met het Gereedschap [Tool] dat je gebruikt, en vermeldt ook de extra opties.

Tip: Als je de Optiebalk [Option Bar] kwijt bent, kun je hem snel tevoorschijn halen door een gereedschap [Tool]  aan te klikken in het gereedschappen venster [Tools] en de Enter toets in te drukken.

Tip: Voor het sneller opstarten van Photoshop of als een plug-in van derden corrupt is geraakt, Shift toets indrukken bij het opstarten van Photoshop (of dubbelklikken op het welkomstscherm). Photoshop vraagt dan of je het laden van optionele plug-ins en plug-ins van derden wilt overslaan. Klik dan op Ja.

laden-plugins1

Wanneer Photoshop wordt gestart staat het deelvenster Gereedschappen (zie 1) [Tools] links in het scherm. Sommige gereedschappen kunnen worden uitgevouwen door op het kleine driehoekje in de rechter onderhoek (zie 3) te klikken, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden. Je kunt ook met rechtsklikken op het gereedschap waar een driehoekje bij staat, dan worden onderliggende gereedschappen ook zichtbaar. Als je met de muis boven het Gereedschap [Tool] gaat hangen, verschijnt de naam van het gereedschap en de eventuele sneltoets.

Figuur1groot

Van de gereedschappen en sneltoetsen staat hieronder een opsomming. Bijzonderheden staan er direct onder of er achter. 3D- en video gereedschappen zijn vrijwel niet vermeld. Niet alle gereedschappen zijn in alle voorgaande en/of toekomstige Photoshop versies hetzelfde en/of beschikbaar.  In deze sectie worden de mogelijkheden beschreven die betrekking hebben op Photoshop CC2015. Tips en trucs van eerdere pagina’s zijn hier ook vermeld.

GEREEDSCHAPPEN [TOOLBAR]

Tip: Je kunt de gereedschappen herstellen naar de oorspronkelijke indeling. Klik met rechts op het geselecteerde gereedschap in de linkerhoek van de Optiebalk en kies: Gereedschap herstellen [Reset Tool] of Alle gereedschappen herstellen [Reset All Tools].

Tip: Om de deelvensters [Panels] en Gereedschapvenster [Toolbar] te verbergen: druk op Tab op het toetsenbord. Druk opnieuw op Tab om ze terug te brengen.

Tip: Het Venster Gereedschap [Tools] staat standaard aan de linkerkant in een lang lint. Als je de Gereedschappen [Tools] meer naast elkaar wilt hebben klik je bovenin het Venster Gereedschap [Tools] op de twee kleine driehoekjes. Om te herstellen: weer op de kleine driehoekjes klikken.

A Selectiegereedschappen

Verplaatsen Sneltoets V [Move Tool]

Tip: Verplaatst selecties [Selections], lagen [Layers]  en hulplijnen [Guides] . Je kunt niet alleen binnen een laag verplaatsen, maar ook van het ene document naar het andere.

Tip: Om een object slechts een pixel tegelijk te verplaatsen, druk je op de pijltjestoetsen op het toetsenbord terwijl het gereedschap Verplaatsen [Move Tool] is geselecteerd. Als je een ander gereedschap hebt geselecteerd, Ctrl+pijltjestoetsen om een pixel op te schuiven. Het verplaatsen kan in alle richtingen. (De achtergrondlaag [Background Layer] moet worden omgezet in een laag voordat je deze kunt verplaatsen. Dat kun je doen door,met de linker muisknop ingedrukt, het slotje naar de prullenbak te slepen).

Tip: Om vanuit ieder Gereedschap [Tool] snel naar het Verplaatsen gereedschap [Move Tool] te gaan: klik op Ctrl of op de V ; loslaten om terug te gaan

Tip: Als je verschillende objecten hebt op verschillende lagen [Layers] in een te bewerken afbeelding en je wilt een object verschuiven, maar weet niet exact welke laag [Layer] het is, klik dan met de linkermuisknop + Ctrl (vasthouden!) op het object. Die laag [Layer] wordt dan geselecteerd en kun je met de linkermuisknop (Ctrl loslaten) het object verschuiven.

Tip: Als je een object wilt verschuiven terwijl je het Verplaatsen Gereedschap [Move Tool] hebt geselecteerd, kun je in de Optiebalk [Option Bar] aanvinken:  Transform.gereedsch [Show Transform Controls]. Hiermee kun je objecten transformeren door met een handgreep te slepen.

Tekengebied Sneltoets V [Artboard Tool] Nieuw in CC2015

Wat is een tekengebied?
Je kunt een tekengebied zien als een speciaal type laaggroep. Een tekengebied snijdt de inhoud van de elementen die het bevat bij naar de grenzen van het tekengebied. De hiërarchie van elementen in een tekengebied wordt weergegeven in het deelvenster Lagen [Layers Panel] , samen met de lagen en laaggroepen. Tekengebieden kunnen lagen en laaggroepen bevatten, maar geen andere tekengebieden.
Tekengebieden dienen visueel als afzonderlijke canvassen binnen een document. Lagen in het document die niet in een tekengebied zijn opgenomen, worden boven aan het deelvenster Lagen gegroepeerd en worden niet bijgesneden door tekengebieden.
Het gereedschap Tekengebied is vooral bedoeld voor ontwikkelaars/ontwerpers van websites en apps en om dit dan af te stemmen op schermformaten.

Rechthoekig selectie kader Sneltoets M [Rectangular Marquee Tool]

Tip: Met het rechthoekig selectie kader maak je uiteraard rechthoekige selecties. Met Shift en de linkermuisknop ingedrukt sleep je een vierkant. Met Alt en de linkermuisknop ingedrukt sleep je vanuit het centrum een vierkant.

Ovaal selectiekader Sneltoets M [Elliptical Marquee Tool]

Tip: Als je met de linkermuisknop ingedrukt de Ovaal trekt op het canvas/afbeelding en tegelijkertijd Shift indrukt, verandert de ovaal in een cirkel. Als je Alt en de linkermuisknop indrukt, sleep je een cirkel vanuit het centrum.

Tip:  Vignettering [Vignet] maken. Ga naar het Ovaal selectiekader [Elliptical Marquee Tool] en trek een ovaal met de linkermuisknop indrukt op de afbeelding. Kies in de Optiebalk [Option Bar] een hoog getal (bijv. 120) voor de Doezelaar [Feather]. Ga naar Selecteren [Select] > Selectie omkeren [Invert Selection]. Maak een Aanpassingslaag Curven [Adjustmentlayer Curves] door onderin het lagenvenster [Layer Palet] te klikken op het 4e icoon en in het uitrolmenu te kiezen voor Curven [Curves]. Dubbelklik op het curven icoontje voorin de Curvenlaag [Curves Layer] om het eigenschappenvenster [Properties Window] op te roepen en met het tabblad Curven geselecteerd trek je rechtsboven de lijn iets naar beneden waardoor de randen donkerder worden. (Wil je een witte vignettering [Vignet] , dan druk je de lijn iets naar boven). Je kunt naar behoeven met een zacht zwart penseel [Brush] de vignettering [Vignet] op de Curvenlaag [Curves Layer] plaatselijk uitmaskeren en/of je kunt door middel van het schuifje Dekking [Opacity] bovenin het Lagenvenster [Layer Palet] de hoeveelheid aanpassen.

Selectiekader één rij [Single Row Marquee Tool]

Tip: Gebruik dit gereedschap om snel een horizontale selectie te maken van 1 pixel.

Selectiekader één kolom [Single Column Marquee Tool]

Tip: Gebruik dit gereedschap om snel een verticale selectie te maken van 1 pixel.

Tip: Krijg je bij het gebruik van een Selectie kader gereedschap [Marquee Tool] de melding [“Warning: No pixels are more than 50% selected”], dan staat de instelling van de doezelaar [Feather] in de Optiebalk [Option Bar] te hoog. Zet deze op “0” en probeer het nogmaals.

lasso-spiekbriefje

Tip:  Het lasso gereedschap wordt gebruikt om selecties te maken uit de vrije hand.
Een verschijnt een  cirkeltje wanneer een lus is voltooid (en kan worden gesloten) . Als je de linkermuisknop loslaat voordat je de selectie sluit, wordt een rechte lijn getekend vanaf dat punt naar het begin. Om door te gaan en selecties toe te voegen houd Shift ingedrukt en sleep een andere keuze . De aanvullende selectie wordt verbonden met de eerste (zelfs als ze zijn fysiek gescheiden). Om secties af te trekken, houd je Alt ingedrukt en sleep je rond het gebied dat je niet wilt hebben in de selecte

Tip: Als je bij gebruik van het Lasso gereedschap [Lasso Tool] bijna aan het rand van het canvas bent en zou moeten scrollen om verder te kunnen gaan met selecteren, druk dan op de spatiebalk en houdt de linkermuisknop ingedrukt! Dit activeert het Handje gereedschap [Hand Tool], zodat je de afbeelding kunt verschuiven. Laat de spatiebalk daarna los om door te gaan met de Lasso.

Veelhoeklasso Sneltoets L [Polygonal Lasso Tool]

Tip:  De Veelhoeklasso  [Polygonal Lasso Tool] is handig om rechte-lijnsegmenten voor een selectiekader te tekenen. Om het selectiekader te sluiten: plaats de aanwijzer van de Veelhoeklasso op het beginpunt (naast de aanwijzer verschijnt een gesloten cirkel) en klik.
Als de aanwijzer niet precies op het beginpunt staat, dubbelklik je op de aanwijzer van de Veelhoeklasso of houdt  Ctrl ingedrukt en klik.
Om door te gaan en selecties toe te voegen houd Shift ingedrukt en sleep een andere keuze . De aanvullende selectie wordt verbonden met de eerste (zelfs als ze fysiek zijn gescheiden). Om secties af te trekken, houd je Alt ingedrukt en sleep je rond het gebied dat je niet in de selectie  wilt hebben.

Magnetischelasso Sneltoets L [Magnetic Lasso Tool]

Tip:  Met de Magnetischelasso  [Magnetic Lasso Tool] hecht het selectiekader zich vast op de randen van gedefinieerde gebieden in de afbeelding. De magnetischelasso is niet beschikbaar voor afbeeldingen met 32 bits per kanaal.
De magnetische lasso is met name handig als je snel objecten met complexe randen tegen een achtergrond met een hoog contrast wilt selecteren.
Als je met een tekentablet werkt, kun je de optie Pendruk in- of uitschakelen. Als de optie is geselecteerd en je de pendruk verhoogt, wordt de breedte van de rand verlaagd.

Tip: Als je de Magnetischelasso [Magnetic Lasso Tool] gebruikt kun je de CapsLock toets op je toetsenbord indrukken om de cursor te veranderen in de penseelgrootte indicator [Brush Size]. Hierdoor kun je beter zien van welk gebied het gereedschap exact selecteert. Met de [ ] -toetsen kun je de cursor kleiner, dan wel groter maken.

Snelle selectie Sneltoets W [Quick Selection Tool]

Tip:  Met het gereedschap Snelle selectie  kun je snel een selectie ‘tekenen’ met gebruik van een aanpasbaar rond penseeluiteinde. Terwijl je sleept, wordt de selectie uitgebreid en worden de gedefinieerde randen in de afbeelding automatisch gevolgd. Met Alt  ingedrukt kun je het teveel geselecteerde verwijderen uit de selectie door er overheen te “verven”.

Toverstaf Sneltoets W [Magic Wand Tool]

Tip:  Met de toverstaf [Magic Wand Tool] kun je een deel van de afbeelding met een bepaalde kleur selecteren (bijvoorbeeld een rode bloem) zonder dat je de omtrek hoeft te volgen. Je kunt in de Optiebalk [Option Bar] het geselecteerde kleurbereik, ofwel de tolerantie, opgeven ten opzichte van de oorspronkelijke kleur waarop je hebt geklikt.
Je kunt de toverstaf niet gebruiken voor bitmapafbeeldingen of afbeeldingen met 32 bits per kanaal.

Tip:  Als er verschil is in scherpstelling in de afbeelding is wellicht Selecteren [Select] > Scherpstellingsgebied [Focus Area] een handige manier om een selectie te maken.

B Uitsnijd- en segmentgereedschappen

Uitsnijden Sneltoets C [Crop Tool]

Uitsnijden is het proces waarbij gedeelten van een afbeelding worden verwijderd om de nadruk te verleggen of de compositie te versterken. Je kunt afbeeldingen uitsnijden met het gereedschap Uitsnijden  en met de opdracht Uitsnijden (Gebruik een selectiegereedschap om het gedeelte van de afbeelding dat je wilt behouden te selecteren. Kies Afbeelding > Uitsnijden). Je kunt ook pixels verkleinen met de opdrachten voor Uitsnijden en rechttrekken en Verkleinen.

Tip: Kies in de Optiebalk een weergave om de Slimme hulplijnen weer te geven bij uitsnijden. Hulplijnen zoals Regel van derden, Raster en Gulden snede zijn beschikbaar. Druk op O om alle opties te doorlopen.

Tip: Vink in de optiebalk [Option Bar] Uitgesn.pixels verw. [Delete Cropped Pixels] uit, zodat je niet-destructief kunt werken (dat wil zeggen: aanpassingen op de afbeelding zijn te veranderen].

Tip: In CS6 en nieuwer: Een horizon rechttrekken (of een onderwerp rechtzetten): Klik op het Uitsnijden gereedschap Sneltoets C [Crop Tool] en in de Optiebalk [Option Bar] op het icoon Rechttrekken [Straighten] en trek met de linkermuisknop ingedrukt een lijn over de scheve lijn. Stel dat je een scheve lijn op één laag wilt rechttrekken, maar niet alle lagen tegelijk mee wilt roteren? Klik op de Liniaal [Ruler Tool] (het 6e icoon onder de pipet in het Gereedschapvenster [Tools]). Trek met de linkermuisknop ingedrukt een lijn over de scheven lijn en klik in de Optiebalk [Option Bar] op Laag rechttrekken [Straighten Layer]. En wat kun je doen om een verticale lijn (bijv. het perspectief van een gebouw) recht te zetten? Klik op het Uitsnijden gereedschap [Crop Tool] > Uitsnijden met perspectief [Perspective Crop Tool]. Klik op een punt van waaruit je een lijn recht wilt zetten en trek verticale lijnen langs de scheve lijnen. Druk op Enter [Enter]. Als het onderwerp teveel is uitgerekt, kun je dit corrigeren met het Transformeer gereedschap Sneltoets Ctrl+T [Transform Tool] te gebruiken.

Tip: In CS6 en nieuwer: Door de schuine streep (naast de rechter Shift toets) [Forward Slash] om en om uit en aan te schakelen kun je de gecropte pixels tonen dan wel verbergen in de voorvertoning [Preview]

Tip: In CS6 en nieuwer: Je kunt de horizontale dan wel verticale oriëntatie van het Uitsnijdgereedschap [Crop Tool] wijzigen met de Sneltoets X.

Tip: Door het Uitsnijdgereedschap [Crop Tool] in de hoeken buiten de afbeelding te slepen kun je het canvas vergroten en op die manier bijvoorbeeld een kader om de afbeelding maken.

Tip: Je kunt  het raster van het Uitsnijdgereedschap [Crop Tool] verlaten door op de Esc-toets te drukken.

Tip:  Als de selectie te groot is voor volledige weergave op het scherm sneltoets Ctlr+0.

Tip:  Je kunt een afbeelding uitsnijden met afmetingen van een ander beeld. Om dit te doen open je beide documenten en  ga dan naar de afbeelding waarvan de afmetingen wilt kopiëren en ga met het Uitsnijdgereedschap [Crop Tool] geselecteerd naar de uitsnijdafmetingen in de Optiebalk [Option Bar]  en kies in het uitrolmenu Voorste afbeelding  [Front Image] .
Ga dan naar het tweede document en het uitsnijdgereedschap [Crop Tool] met de afmetingen van het eerste beeld is actief. Zie onderstaande afbeelding:

crop

Uitsnijden met perspectief Sneltoets C [Perspective Crop Tool]

Tip: In CS6 en nieuwer: Gebouwen rechtzetten. Klik op een punt van waaruit je een lijn recht wilt zetten en trek verticale lijnen langs de scheve lijnen. Druk op Enter [Enter]. Als het onderwerp teveel is uitgerekt, kun je dit corrigeren door het Transformeer gereedschap Sneltoets Ctrl+T [Transform Tool] te gebruiken.

Tip: Met het gereedschap Uitsnijden met perspectief kun je het perspectief in een afbeelding transformeren. Het perspectief transformeren is handig wanneer je werkt met afbeeldingen die perspectivische vervorming bevatten. Je moet een object selecteren dat oorspronkelijk rechthoekig was, anders wordt wellicht niet de verwachte perspectieftransformatie bereikt.

Segment Sneltoets C [Slice Tool]

Tip:  Met het gereedschap Segment{Slice Tool] kunt je direct in een afbeelding segmentlijnen tekenen. Je kunt ook een illustratie ontwerpen aan de hand van lagen en vervolgens segmenten maken op basis van de lagen.  Dit gereedschap wordt o.a. gebruikt om afbeeldingen op het Web sneller te laten laden.

Tip: Wanneer je het gereedschap Segment of Segmentselectie gebruikt, kun je van het ene gereedschap naar het andere schakelen door Ctrl  ingedrukt te houden.

Segment selectie Sneltoets C [Slice Select Tool]

Het Segment Selectie gereedschap [Slice Select Tool] wordt gebruikt om een Segment [Slice] verder te bewerken.

C Meetgereedschappen

Pipet Sneltoets I [Eyedropper Tool]

Tip:  Met het pipet neem je een monster van een kleur, op basis waarvan je vervolgens een nieuwe voor- of achtergrondkleur kunt instellen. Je kunt een monster nemen uit de actieve afbeelding of uit een willekeurige andere locatie op het scherm.

Tip:  Als Photoshop is geopend  kun je een kleur buiten het programma selecteren en actief maken als voorgrondkleur van Photoshop. Selecteer het Pipet [ Eyedropper Tool], klik met de linkermuisknop op de werkruimte en sleep met ingedrukte muis naar de kleur (buiten het programma) dat je wilt hebben als voorgrondkleur. Laat vervolgens de muisknop los.

3D-materiaal pipet Sneltoets I [3D Material Eyedropper Tool]

Neemt een monster van een gekozen materiaal van een 3D-object . Het zal niets doen als er geen 3D- laag aanwezig is.

Kleurenpipet Sneltoets I [Color Sampler Tool]

Tip:  Je kunt de kleur van een enkele locatie weergeven met het gereedschap Pipet [Eyedropper Tool]
Je kunt ook gebruikmaken van maximaal vier Kleurenpipetten om kleurinformatie weer te geven voor een of meer locaties in de afbeelding. Deze kleurenpipetten worden in de afbeelding opgeslagen. Dit
betekent dat je deze herhaaldelijk kunt raadplegen terwijl je werkt, zelfs als je de afbeelding sluit en opnieuw opent.

Tip: Witbalans handmatig corrigeren. Om je witte punt [White Point] en zwarte punt [Black Point] te lokaliseren in een afbeelding: Klik de kleurenpipet (1) [Color Sampler Tool] aan in het Gereedschapvenster [Tools] en kies in de Optiebalk [Option Bar] bij Grootte [Sample Size] voor Gemiddeld 3 x 3 (2) [3 by 3 Average], en open een Aanpassingslaag Drempel(3) [Adjustment Layer Threshold] (= 4e icoon onderin het Lagenvenster [Layers Palet].
Als je het schuifje naar links schuift en vervolgens naar de eerste piek aan de linker kant zie je in de witte afbeeldingslaag zwart verschijnen. Dit zijn de donkerste delen in de afbeelding (4). klik nu met je pipet op het eerste zwart dat je ziet in de afbeeldingslaag. Het icoontje staat nu samen met het nummer 1 op die plek (=een markering)(4). Doe hetzelfde met de lichten. Schuif het schuifje helemaal naar rechts en vervolgens naar de eerste piek aan de rechterkant (5). Als je nu wit ziet op de zwarte achtergrond zijn dat de lichtste delen (5) in je afbeelding.
Klik op het oogje voor de Aanpassingslaag Drempel (6) [Adjustment Layer Threshold] om de laag tijdelijk uit te schakelen.

zwarte_witte_groot

Open nu een Aanpassingslaag Curven [Adjustment Layer Curves] via het 4e icoon onderin het Lagenvenster [Layers Palet]. Aan de linkerkant van het venster Curven [Curves] staan 3 pipetten. Bij de bovenste is de punt gevuld met zwart, de middelste met grijs en de onderste met wit. Klik met het bovenste pipet (met de zwarte punt) op het gemarkeerde punt 1 in de afbeelding. Doe hetzelfde met de onderste pipet, maar nu op punt 2 in de afbeelding.

z_w_curven.groot

Om je 50% grijs punt [50% Grey Point] te selecteren maak je een Nieuwe Laag [New Layer] [= 2e icoon vanaf rechts onderin het Lagenvenster [Layers Palet] en vult deze met 50% Grijs. Ga in de Menubalk [Menu Bar] naar Bewerken [Edit] > Vullen [Fill] en kies in het Eigenschappen venster bij Gebruik [Use] voor 50% Grijs [50% Gray]. Zet de Overvloeimodus [Blending Mode] op Verschil [Difference].

vullen-grijs-groot

Selecteer nu de Aanpassingslaag Drempel [Adjustment Layer Threshold] in het Lagen venster [Layers Palet]. Zorg dat deze laag de bovenste is in het Lagen venster [Layers Palet]. Als dat niet het geval is, kun je met de linkermuisknop ingedrukt op de laag, deze naar boven slepen en daar loslaten. (In feite kijkt Photoshop wat het verschil is van 50% grijs met 50% grijs van de eerste laag en het resultaat is dan zwart). Om nu het 50% grijs plekje te lokaliseren klik je op de miniatuur [Thumb] van de Aanpassingslaag Drempel [Adjustment Layer Threshold].
Zoek met het linkerschuifje in de witte afbeeldingslaag naar een stevige zwarte plek. Dat is het 50% grijs punt. Klik erop met de kleurenpipet [Color Sampler Tool]. Schakel de Aanpassingslaag Drempel [Adjustment Layer Threshold] en de 50% grijs laag door middel van het oogje voor de laag in het Lagen venster [Layers Palet] uit. Dubbelklik op de miniatuur [Thumb] van de Aanpassingslaag Curven [Adjustment Layer Curves] en klik met het grijze pipet (dat is de middelste) in het Eigenschappen venster Curven [Properties Curves] op het in de afbeelding zojuist gekozen grijze punt. Photoshop heeft nu de witbalans aangepast. Je hebt nu een goed uitgangspunt om naar eigen inzicht verdere aanpassingen te doen.

resultaat-witbalans

Liniaal Sneltoets I [Measure Tool]

Tip:  Hiermee kun je afstanden en hoeken  meten in je afbeelding . Als je klikt en sleept tussen twee punten geeft het Informatie venster [Info Panel] de lengte en de hoek van de lijn weer. Als je het Informatie venster niet ziet: in de Menubalk [Menu Bar] > Venster [Window] Info [Info]

Tip: In CS6 en nieuwer: Een horizon rechttrekken (of een onderwerp rechtzetten): Klik op het Uitsnijden gereedschap Sneltoets C [Crop Tool] en in de Optiebalk [Option Bar] op het icoon Rechttrekken [Straighten] en trek met de linkermuisknop ingedrukt een lijn over de scheve lijn. Stel dat je een scheve lijn op één laag wilt rechttrekken, maar niet alle lagen tegelijk mee wilt roteren? Klik op de Liniaal [Ruler Tool] (het 6e icoon onder de pipet in het Gereedschapvenster [Tools]). Trek met de linkermuisknop ingedrukt een lijn over de scheven lijn en klik in de Optiebalk [Option Bar] op Laag rechttrekken [Straighten Layer]. En wat kun je doen om een verticale lijn (bijv. het perspectief van een gebouw) recht te zetten? Klik op het Uitsnijden gereedschap [Crop Tool] > Uitsnijden met perspectief [Perspective Crop Tool]. Klik op een punt van waaruit je een lijn recht wilt zetten en trek verticale lijnen langs de scheve lijnen. Druk op Enter [Enter]. Als het onderwerp teveel is uitgerekt, kun je dit corrigeren met het Transformeer gereedschap Sneltoets Ctrl+T [Transform Tool] te gebruiken.

Notities Sneltoets I [Note]

Tip: Je kunt notities aan een afbeelding in Photoshop toevoegen. Dit is handig wanneer je opmerkingen over de kwaliteit, de productie of andere informatie aan de afbeelding wilt koppelen. Geschreven en gesproken notities worden in de afbeelding weergegeven als kleine, niet-afdrukbare pictogrammen. Deze zijn gekoppeld aan een plaats in de afbeelding, niet aan een laag. Je kunt notities verbergen of tonen (In de Menubalk [Menu Bar]  Weergave [View] > Tonen [Show] > Notities [Note] optie uitvinken of aanvinken), of notities openen om de inhoud ervan weer te geven of te bewerken.

1 2 3 Tellen Sneltoets I [1 2 3 Count Tool]

Wat is het 1 2 3 Tellen gereedschap?
Tip:  Dit is een hulpmiddel om te helpen objecten te tellen in een afbeelding.
Deze nummers verschijnen achter elkaar als je klikt in de afbeelding. Net als hulplijnen zijn deze cijfers niet te zien in de uiteindelijke afbeelding.

D Gereedschappen voor retoucheren

Snel retoucheerpenseel Sneltoets J [Spot Healing Brush Tool]

Tip:  Voor rechte lijnen, klik op het begin, houdt de Shift toets ingedrukt en klik op het eind.. Als een rechte lijn een object raakt, gebruik dan eerst de Kloonstempel [Clone Stamp Tool] op de lijn om die verbinding los te maken. Dit voorkomt lelijke smeervlekken aan het begin en het eind.

Tip: Met het gereedschap Snel retoucheerpenseel [Spot Healing Brush Tool] kun je snel vlekken en andere onvolkomenheden uit de foto’s verwijderen. Het gereedschap Snel retoucheerpenseel werkt op soortgelijke wijze als het Retoucheerpenseel [Healing Brush Tool]: het tekent met pixelmonsters uit een afbeelding of patroon, waarbij de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeenkomen met de pixels die moeten worden hersteld. In tegenstelling tot het Retoucheerpenseel hoef je bij Snel retoucheerpenseel geen monsterpunt op te geven. Met het Snel retoucheerpenseel neem je automatisch monsters rondom het geretoucheerde gebied.
Als je een groot gebied wilt retoucheren of meer controle wilt hebben over het nemen van monsters van de bronpixels, kun je het Retoucheerpenseel gebruiken in plaats van het Snel retoucheerpenseel.

Retoucheerpenseel (klonen) Sneltoets J [Healing Brush Tool]

Tip: Het Retoucheerpenseel [Healing Brush Tool] mengt de structuur en kleur van het te klonen punt dat je kiest door middel van Alt+linkermuisknop en is daardoor perfect voor het retoucheren van huid; beter dan de Kloonstempel [Clone Stamp Tool]

Tip:  Bij gebruik van het Retoucheerpenseel [Healing Brush Tool] kun je de Dekking [Opacity] wijzigen door te gaan naar Bewerken [Edit] > Vervagen Retoucheerpenseel [Fade Healingbrush]

Tip: Glimmende plekken op het gezicht kun je verminderen met het Retoucheerpenseel Sneltoets J [Healing Brush]. Kies na de bewerking in de Menubalk [Option Bar] voor Bewerken [Edit] > Vervagen retoucheerpenseel [Fade Healing Brush]. Verminder in het venster de dekking [Opacity] door het schuifje naar links te slepen.
Binnen Camera RAW kun je hetzelfde doen met het Snel retoucheerpenseel Sneltoets B [Spot Healing Brush]. In het Optievenster [Option Panel] kies je voor Type > Heal en verlaag je de dekking [Opacity].

Tip:  Met het gereedschap Retoucheerpenseel [Healing Brush Tool] kun je onvolkomenheden corrigeren door ze te laten opgaan in het omringende gedeelte van de afbeelding. Net als bij de kloongereedschappen [Clone Tools]  kun je het Retoucheerpenseel gebruiken voor het tekenen met pixelmonsters van een afbeelding of patroon. Bij het Retoucheerpenseel komen echter ook de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met pixels die moeten worden hersteld. Dit heeft tot gevolg dat de gerepareerde pixels naadloos overlopen in de rest van de afbeelding.

Reparatie Sneltoets J [Patch Tool]

Tip:  Met het gereedschap Reparatie [Patch Tool] kun je een geselecteerd gebied repareren met pixels van een ander gebied of een patroon. Evenals bij het Retoucheerpenseel  [Healing Brush Tool] komen ook bij het gereedschap Reparatie de structuur, de belichting en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met de bronpixels. Met het gereedschap Reparatie kun je  ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen. Het gereedschap Reparatie werkt in afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal.
Selecteer bij repareren met pixels uit de afbeelding een klein gebied. Zo krijg je het beste resultaat.

Tip:  Het Reparatie gereedschap [Patch Tool] is ideaal om onvolkomenheden in de huid te repareren. Selecteer met ingedrukte linkermuisknop het te vervangen gebied en sleep de selectie naar een “schoon” gebied er direct naast. Zowel de tint als de structuur van het te vervangen gebied blijven intact.

Verplaatsen met behoud van inhoud Sneltoets J [Content Award Move Tool]

Tip:  Gebruik het gereedschap Verplaatsen met behoud van inhoud [Content Award Move Tool] om een gedeelte van een afbeelding te selecteren en te verplaatsen. De afbeelding wordt opnieuw samengesteld en het achtergebleven gat wordt gevuld met vergelijkbare elementen uit de afbeelding. U hoeft geen intensieve bewerkingen met lagen en complexe selecties uit te voeren.


Tip:
  Met ingang van CC2015 heeft het gereedschap Verplaatsen met behoud van inhoud [Content Award Move Tool] handvatten waarmee je het object dat je verplaatst kunt schalen .

Rode ogen verwijderen Sneltoets J [Red Eye Tool]

Tip:  Soms is het nodig om voor de tweede keer een selectie te maken om de rode kleur van de ogen te verwijderen.
Een betere aanpak zou zijn om een nieuwe laag te maken , stel de Overvloeimodus [Blending Mode] in op kleur  en verf met het zwarte  penseel . Dit zal de veranderingen niet- destructief te maken , en geeft je veel meer controle over het gebied waar je de verzadiging vermindert. Als de ogen te licht worden kun je de laag dupliceren Sneltoets Ctrl+J en de Overvloeimodus [Blending Mode] op vermenigvuldigen [Multiply] zetten. Indien nodig kun je de dekking nog terugdringen.

Tip:  Gebruik het gereedschap Rode ogen verwijderen [Red Eye Tool] om rode ogen te verwijderen in foto’s van personen of dieren die met een flits zijn genomen. Rode ogen worden veroorzaakt doordat de flits van de camera wordt weerspiegeld in het netvlies van het onderwerp. Je ziet dit vooral bij foto’s die zijn genomen in een donkere ruimte, omdat de iris dan vergroot is. Ter voorkoming van rode ogen gebruik je de camerafunctie voor het verminderen van rode ogen. Nog beter is het om een afzonderlijke flitser te gebruiken die u op enige afstand van de cameralens kunt aansluiten op de camera.

Selecteer het gereedschap Rode ogen verwijderen  [Red Eye Tool] in de RGB-kleurmodus (in de Menubalk [Menu Bar] Afbeelding [Image] > Modus [Mode] RGB kleuren [RGB Color]) .  Klik in het rode oog. Is het resultaat niet naar wens, dan kun je de correctie ongedaan maken (Sneltoets Ctrl + Z), een of meer van de volgende opties op de Optiebalk [Option Bar] instellen, en nogmaals op het rode oog klikken:
*  Pupilgrootte
Hiermee vergroot of verklein je het gebied waarop het gereedschap Rode ogen betrekking heeft.
*  Hoeveelheid donkerder
Hiermee stel je in hoe donker de pupil wordt.

Kloonstempel Sneltoets S [Clone Stamp Tool]

Tip Ga bij het gebruik van de Kloonstempel [Clone Stamp Tool] naar het menu Venster [Window] en kies Bron klonen [Clone Source] Dit opent het venster Bron klonen [Clone Source Window] waar je de beschikking hebt over een super lader. Met het venster Bron klonen [Clone Source Window] kun je de breedte, hoogte en rotatie van het bronpunt aanpassen! Verder kun je 5 bronpunten van dezelfde of verschillende afbeeldingen opslaan, zodat je niet opnieuw een bronpunt moet selecteren als je tussen verschillende afbeeldingen schakelt.

Tip:  Met het gereedschap Kloonstempel  [Clone Stamp Tool] teken je één deel van een afbeelding over een ander deel van dezelfde afbeelding of over een ander deel van een ander geopend document met dezelfde kleurmodus. Je kunt ook een deel van een laag over een andere laag tekenen. Het gereedschap Kloonstempel is handig voor het dupliceren van objecten of het verwijderen van een fout in een afbeelding.

Tip:  Als je het gereedschap Kloonstempel [Clone Stamp Tool] in combinatie gebruikt met de Modus [Mode] Kleur [Color] in de Optiebalk [Option Bar] is het vaak mogelijk om ongewenste flare (zonnevlekken) weg te poetsen.

Patroonstempel Sneltoets S [Pattern Stamp Tool]

Tip:  Als je het gereedschap Patroonstempel  [Pattern Stamp Tool] kiest, teken je met een patroon. Je kunt patronen uit een patronenbibliotheek gebruiken of zelf patronen maken.

Gummetje Sneltoets E [Eraser Tool]

Tip:  Met het gummetje geef je de pixels de achtergrondkleur of maak je ze transparant. Op een achtergrond en in een laag met vergrendelde transparantie worden de pixels gewijzigd in de achtergrondkleur. In alle andere gevallen worden de pixels omgezet in transparantie.
Met het gummetje kun je ook een bepaald gebied zo bewerken dat het wordt hersteld tot een staat die in het deelvenster Historie [History] is geselecteerd. Als het Historie venster niet zichtbaar is: in de Menubalk [Menu Bar] > Venster [Window] > Historie [History].
Na opslaan van het document/afbeelding kunnen aanpassingen met het Gummetje [Eraser Tool] niet ongedaan worden gemaakt.

Achtergrond gummetje Sneltoets E [Background Eraser Tool]

Tip:  Je kunt het gereedschap Achtergrondgummetje [Background Eraser Tool] slepen om pixels op een laag te wissen, zodat de laag transparant wordt. Je kunt de achtergrond wissen, terwijl de randen van een object op de voorgrond blijven staan. Met behulp van de verschillende opties in de Optiebalk [Option Bar] voor het nemen van monsters en tolerantie bepaal je het bereik van de transparantie en de scherpte van de randen.
Als je de achtergrond van een object met complexe of onregelmatige randen wilt verwijderen, gebruik je Snelle selectie.
Na opslaan van het document/afbeelding kunnen aanpassingen met het Achtergrond gummetje [Background  Eraser Tool] niet ongedaan worden gemaakt.

Tovergummetje Sneltoets E [Magic Eraser Tool]

Tip:  Als je met het Tovergummetje [Magic Eraser Tool]  in een laag klikt, worden alle overeenkomende pixels in een laag transparant gemaakt.  Als je in een laag met vergrendelde transparantie werkt, nemen de pixels de achtergrondkleur aan. Als je in de achtergrond klikt, wordt deze omgezet in een laag en worden alle vergelijkbare pixels transparant.
Je kunt het effect van het Tovergummetje [Magic Eraser Tool] beperken tot uitsluitend aangrenzende pixels of je kunt het effect op alle overeenkomende pixels in de huidige laag laten toepassen.
Na opslaan van het document/afbeelding kunnen aanpassingen met het Tovergummetje [Magic Eraser Tool]  niet ongedaan worden gemaakt.

Vervagen [Blur Tool]

Tip:  Met het gereedschap Vervagen  [Blur Tool]  worden harde randen verzacht of details in een afbeelding verminderd. Hoe meer je met dit gereedschap over een gebied tekent, hoe vager het gebied wordt.

Verscherpen [Sharpen Tool]

Tip:  Met het gereedschap Verscherpen [Sharpen Tool] verhoog je het contrast langs de randen, zodat deze scherper lijken. Hoe meer je met dit gereedschap over een gebied tekent, hoe duidelijker het effect van het verscherpen.

Natte vinger [Smudge Tool]

Tip:  Met het gereedschap Natte vinger [Smudge Tool] simuleer je het effect dat je ziet wanneer je met een vinger door natte verf gaat. Het gereedschap neemt de kleur over van de plaats waar de streek begint en duwt deze in de richting waarin je sleept.

Tip Het gereedschap Natte vinger [Smudge Tool] kun je bijvoorbeeld ook gebruiken op maskers of Alfa kanalen [Alpha Channels]. Het kan helpen bij het selecteren/maskeren van kort stekelig haar op drukke achtergronden.

Tip:  Schakel Vingerverf [Finger Painting] op de optiebalk in als je de voorgrondkleur aan het begin van elke streek wilt uitsmeren. Als deze optie is uitgeschakeld, gebruikt de Natte vinger [Smudge Tool] de kleur die zich aan het begin van elke streek onder de cursor bevindt.  Als je de optie Vingerverf [Finger Painting] wilt gebruiken, houd je Alt ingedrukt en sleep je met het gereedschap Natte vinger [Smudge Tool] .

Tegenhouden Sneltoets O [Dodge Tool]

Tip:  Met het gereedschap Tegenhouden [Dodge Tool] en Doordrukken [Burn Tool] kun je delen van je afbeelding met penseelstreken iets oplichten of juist iets donkerder maken, zodat het samenspel tussen Hooglichten [Highlights] en Schaduwen [Shadows] interessanter wordt. Denk daarbij aan portretten, of plooien in kleding!
Datzelfde kun je met een 50% grijslaag en een penseel erg mooi en niet-destructief doen (dat wil zeggen niet op de afbeelding zelf, maar op een aparte laag die altijd weer is aan te passen).

Tip: Om snel te wisselen tussen het gereedschap Tegenhouden [Dodge Tool] en Doordrukken [Burn Tool] Alt ingedrukt houden.

doordrukken_tegenhouden_groot

Open een afbeelding (1)
Maak een nieuwe Laag (2) [New Layer]
Sneltoets Shift+F5 of Bewerken [Edit] (3) > Vullen [Fill].
Kies in het Vullen Venster [Fill Window] 50% Grijs [50% Grey]. Laag 1 [Layer1] is nu gevuld met grijs. Zet de Overvloeimodus (4) [Blending Mode] op Zacht licht [Soft Light]
Kies een Penseel (5)[Brush] met een Strm (6)(= vloeisnelheid voor streek instellen) [Flow] van 3%
Klik op de grijze laag en schilder met afwisselend Zwart [=donkerder dus doordrukken] en Wit (7) [is lichter en dus tegenhouden] als voorgrondkleur op de afbeelding. (Snel wisselen tussen Zwart en Wit kan met de Sneltoets X.

Doordrukken Sneltoets O [Burn Tool]
Tip: Ezelsbruggetje: Doordrukken = Donkerder (zie uitleg boven)

Spons Sneltoets O [Sponge Tool]

Wat doet het gereedschap Spons?
Tip:  Met het gereedschap Spons breng je kleine wijzigingen aan in de kleurverzadiging van een gebied. In grijswaardenafbeeldingen verhoogt of verlaagt de spons het contrast door de grijsniveaus van of naar de middelste grijswaarde te brengen..

E Tekengereedschappen

Penseel Sneltoets B [Brush Tool]

penseel--spiekbriefje

Met het penseel kun je in de huidige voorgrondkleur op een afbeelding tekenen. Met het penseel breng je zachte kleurstreken aan. Het is de belangrijkste tekengereedschap en heeft een
diverse penseel uiteinden en effecten.

Tip: Is het penseel uiteinde [Brush Tip] per ongeluk veranderd in het dradenkruis penseeluiteinde [Crosshair Brush Tip] ontgrendel dan de CapsLock toets op je toetsenbord door erop te drukken.

Tip:  Met rechtsklik op de afbeelding en het Penseel [Brush] geselecteerd heb je een snelle toegang tot het contextmenu (ipv vanuit de Optiebalk [Option Bar].

Tip:  Het penseel [Brush Tool] heeft in de Optiebalk [Option Bar] de beschikking over verschillende Overvloeimodussen [Blending Modes] net zoals dit het geval is bij Lagen [Layers]. Het penseel heeft echter twee extra namelijk: Achter [Behind] en Wissen [Clear]. In de optie Achter [Behind] heeft het penseel [Brush] effect op de transparante pixels in de Laag [Layer]. Bij Wissen [Clear] gedraagt het penseel zich op transparante pixels als het Gummetje [Eraser Tool].

Tip:  Bij het spelen met penselen [Brushes] weet je vaak niet meer welke penselen je hebt gebruikt. In het venster penselen in de Optiebalk [Option Bar]  worden de 7 laatst gebruikte penselen bijgehouden.  Optiebalk [Option Bar] > Penselen [Brushes] > in het uitrolmenu aanvinken: Recente penselen tonen [Show recent brushes].

Tip:  Om van penseel te wisselen kun je de < en/of >  toetsen gebruiken op je toetsenbord.  Als je tevens de Shift toets indrukt ga je naar respectievelijk de eerste of het laatste penseel in het venster.

Tip:   Als je, terwijl het penseel is geselecteerd, op de Alt toets klikt, verandert het penseel in het Pipet [Eyedropper Tool] en kun je een andere kleur kiezen.

Tip:  Verwijderen van een penseel kun je eenvoudig doen in de  penseelkiezer bent. Als je er boven gaat hangen met de muis en Alt indrukt, verandert de cursor in een schaartje. Klik om te verwijderen.

Tip:  Bij gebruik van het penseel [Brush] kun je in de Optiebalk [Option Bar] kiezen voor Airbrush.
Hiermee simuleer je het verven met een airbrush. Wanneer je de muisaanwijzer over een gebied verplaatst, neemt de hoeveelheid verf toe als je de muisknop ingedrukt houdt. De opties voor de hardheid, dekking en stroom van het penseel bepalen hoe snel en hoeveel verf wordt toegepast. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen.

Tip:  Je kunt van alle afbeeldingen zelf een penseel maken. De afbeelding moet op een transparante of witte achtergrond staan en kies Bewerken > Voorinstelling penseel definiëren. Vul een naam in en klik op OK. Je nieuwe penseel is toegevoegd aan het deelvenster Penseel. Het penseel wordt met grijswaarden opgeslagen, ook als je een aangepast penseel maakt van een kleurenafbeelding. Wanneer je dat penseel gebruikt (door deze te selecteren en op het document te klikken) wordt de huidige voorgrondkleur gebruikt. Een aangepast penseeluiteinde mag maximaal 5000×5000 pixels groot zijn.

Tip: Je kunt meerder penselen tegelijk installeren door Photoshop te openen en in het menu te gaan naar Bestand [File] > Openen [Open] en de *abr bestanden allemaal te selecteren (+Ctrl of eerste selecteren +Shift en onderste selecteren). De penselen staan dan allemaal in één nieuw overzicht.

Wat is Dekking en wat is Stroom?
Dekking:
Hiermee stel je de transparantie in van de kleur die je toepast. Als je in een gebied tekent, overschrijdt de dekking het ingestelde niveau niet voordat je de muisknop loslaat, ongeacht hoe vaak je de aanwijzer over het gebied verplaatst. Wanneer je nogmaals in het gebied tekent, pas je aanvullende kleur toe, overeenkomstig de dekking die je hebt ingesteld. Een dekking van 100 procent betekent dat de kleur volledig ondoorzichtig is.

Stroom:
Hiermee stel je de snelheid in waarmee de kleur wordt toegepast wanneer je de aanwijzer over een gebied verplaatst. Terwijl je in een gebied tekent en de muisknop ingedrukt houdt, neemt de hoeveelheid kleur toe op basis van de ingestelde stroom, tot de ingestelde dekking is bereikt. Als je bijvoorbeeld zowel de dekking als de stroom instelt op 33%, verplaatst de kleur van een gebied zich elke keer wanneer je over een gebied beweegt 33% in de richting van de penseelkleur. Het totaal zal de dekking van 33% niet overschrijden, tenzij je de muisknop loslaat en nogmaals over het gebied tekent.

Potlood Sneltoets B [Pencil Tool]

Tip:  Met het potlood kun je in de huidige voorgrondkleur op een afbeelding tekenen.  Met het potlood teken je lijnen met harde randen. De instellingen van het potlood zijn vergelijkbaar met de instellingen van het penseel,  maar de hardheid is intern anders berekend . Daarom gedragen penseel en potlood zich op 100% iets anders .

Kleur vervangen Sneltoets B [Color Replacement Tool]

Tip:  Met het gereedschap Kleur vervangen [Color Replacement Tool] kun je eenvoudig specifieke kleuren in een  afbeelding vervangen, zonder de structuur of vorm van de afbeelding aan te tasten. Zo kun je bijvoorbeeld met een andere kleur, bijvoorbeeld rood, over een doelkleur zoals een gele bloem in een afbeelding tekenen. Je kunt het gereedschap Kleur vervangen ook gebruiken om kleuren te corrigeren.

Mixerpenseel Sneltoets B [Mixer Brush Tool]

Wat is een mixerpenseel?
Tip:  Het mixerpenseel simuleert realistische schildertechnieken, zoals het mengen van kleuren op het canvas, het combineren van kleuren in een penseel en het variëren van de natheid van de verf tijdens een streek.
Het mixerpenseel heeft twee verfbronnen: een reservoir en een oppikpunt. In het reservoir wordt de definitieve kleur bewaard die op het canvas is geschilderd. Het reservoir beschikt over meer capaciteit voor verf. Het oppikpunt ontvangt alleen verf van het canvas en de inhoud van dit punt wordt voortdurend gemengd met de canvaskleuren.

Historiepenseel Sneltoets Y [History Brush Tool]

Wat kun je doen met het Historiepenseel [History Brush Tool] ?
Tip:  Je kunt  het gereedschap Historiepenseel gebruiken om een deel van een afbeelding tot de laatst opgeslagen versie te herstellen door met de geselecteerde staat of opname op het deelvenster Historie te tekenen.
Met het gereedschap Historiepenseel  kun je een kopie van één afbeeldingsstaat of opname in het huidige afbeeldingsvenster tekenen. Met dit gereedschap maak je een kopie, of monster van de afbeelding en tekent ermee.
Je kunt bijvoorbeeld een opname maken van een wijziging die je hebt aangebracht met een tekengereedschap of filter (met de optie Volledig document geselecteerd wanneer je de opname maakt). Nadat je de wijziging in de afbeelding ongedaan hebt gemaakt, kun je de wijziging met het historiepenseel selectief aanbrengen in bepaalde gebieden van de afbeelding. Tenzij je een verenigde opname selecteert, teken je met het historiepenseel van een laag in de geselecteerde staat naar dezelfde laag in een andere staat.
Met het historiepenseel kopieer je van een staat of opname naar een andere staat of opname, maar alleen op dezelfde locatie. In Photoshop kun je met het historiepenseel bovendien speciale effecten creëren.

Penseeltekeninghistorie Sneltoets Y [Art History Brush]

Wat kun je doen met het Penseeltekeninghistorie [Art History Brush]?
Tip:  Met het penseel Tekeninghistorie [Art History Brush] kun je gestileerde streken aanbrengen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de brongegevens van een opgegeven historiestaat of opname. Door te experimenteren met verschillende opties voor stijl, grootte en tolerantie, kun je de structuur van de verf met verschillende kleuren en artistieke stijlen nabootsen.
Net als het historiepenseel gebruikt het penseel Tekeninghistorie de opgegeven historiestaat of opname als gegevensbron. Als je echter met het historiepenseel tekent, gebruik je de opgegeven brongegevens opnieuw. Het penseel Kunsthistorie gebruikt deze gegevens in combinatie met de opties die je hebt ingesteld om verschillende kleureffecten te bereiken en een bepaalde schilderstijl te simuleren.

Verloop Sneltoets G [Gradient Tool]

Tip: Dit gereedschap zorgt voor een soepele overgang van de ene kleur naar een andere of van een effen kleur naar transparantie. Klik met de linkermuisknop  en sleep om een verloop te maken. In de Optiebalk [Option Bar] zijn verschillende stijlen verkrijgbaar, zodat je gemakkelijk kunt overschakelen van lineair  naar bijvoorbeeld radiaal. Je kunt ook zelf een verloopvulling maken.

Verloop [Gradient Tool] > Lineair [Linear]: begint waar je het eerst klikt en eindigt waar je de muisknop loslaat.
Verloop [Gradient Tool] > Radiaal [Radial]: hiermee maak je een cirkelvormig effect, met de plek waar je het eerst klikt als centrum.
Verloop [Gradient Tool] > Hoek [Angle]: het middelpunt dat je bepaalt door te klikken, vormt het begin van een waaier dat geleidelijk van kleur verandert.
Verloop [Gradient Tool] > Gespiegeld / gereflecteerd [Mirror]: maakt een symmetrisch verloop. De afstand die je sleept maakt de helft van het verloop
Verloop [Gradient Tool] > Ruit [Diamond]: hiermee maak je een ruitvormig effect, met de plek waar je het eerst klikt als het centrum.

Emmertje Sneltoets G [Paint Bucket Tool]

Tip:  Het gereedschap Emmertje [Paint Bucket Tool] vult gebieden met ofwel de voorgrondkleur of een patroon.

3D-materiaal slepen Sneltoets G [3D Material Drop Tool]

Tip:  Het gereedschap 3D-materiaal slepen [3D Material Drop Tool] werkt eigenlijk net zo als het traditionele gereedschap Emmertje. Je kunt  monsters nemen van materialen en deze rechtstreeks toepassen op 3D-objecten.

F Teken en tekstgereedschappen

Pen Sneltoets P [Pen Tool]

Tip:  Bij het gebruik van het Pen gereedschap [Pen Tool] kun je vaak moeilijk bepalen waar de volgende curve naar toe gaat. Als je Elastisch [Rubber Band] aanvinkt in de Optiebalk [Option Bar] krijg je een interactieve voorvertoning van de volgende curve. Klik in de Optiebalk [Option Bar] op het radertje en vink Elastisch [Rubber Band] aan.

Tip:  Zorg er voor dat bij het werken met het Pen gereedschap [Pen Tool]  Automatisch Toevoegen / verwijderen is aangevinkt in de optiebalk , zodat wanneer je met de muisaanwijzer op een bestaand pad gaat hangen  het Pen gereedschap schakelt tussen het Ankerpunt toevoegen  of  het Ankerpunt verwijderen gereedschap als je de muisaanwijzer op een ankerpunt houdt.

 

pen-gereedschap-spiekbriefje.klein

Tip: Het pengereedschap [Pen Tool]  wordt gebruikt om vectorpaden te trekken en aangepaste vormen die kunnen worden aangepast met behulp van Béziercurven (Een Bézierkromme (of Béziercurve) is in de wiskunde een type parametrische kromme, bepaald door twee of meer punten in een vlak of ruimte, die het eerste punt verbindt met het laatste, vertrekkend in de richting van het tweede punt, steeds de richting aanpassend naar een volgend punt, en aankomend bij het laatste vanuit de richting van het voorafgaande punt.)  Deze paden zijn resolutie onafhankelijk.

Het standaardgereedschap Pen biedt de grootste precisie, met het gereedschap Pen voor vrije vorm teken je paden alsof u met een potlood op papier tekent en met de magnetische pen kun je een pad tekenen dat wordt uitgelijnd op de randen van in je afbeelding gedefinieerde gebieden. Je kunt de pengereedschappen in combinatie met de vormgereedschappen gebruiken om ingewikkelde vormen te maken

Tip:  Standaard verandert het gereedschap Pen in het gereedschap Ankerpunt toevoegen als je het gereedschap op een geselecteerd pad plaatst of in het gereedschap Ankerpunt verwijderen als je het gereedschap op een ankerpunt plaatst. Je moet Automatisch toevoegen/verwijderen in de Optiebalk [Option Bar] selecteren om ervoor te zorgen dat het gereedschap Pen automatisch verandert in het gereedschap Ankerpunt toevoegen of Ankerpunt verwijderen.

Pen voor vrije vorm Sneltoets P [Freeform Pen Tool]

Tip:  Met de Pen voor vrije vorm [Freeform Pen Tool] kun je tekenen alsof je met potlood op papier werkt. Ankerpunten worden automatisch toegevoegd terwijl je tekent. Je bepaalt niet zelf waar de punten komen, maar je kunt ze wel verplaatsen zodra het pad is voltooid. Gebruik de pen als je de lijnen nauwkeuriger wilt bepalen.

Ankerpunt toevoegen [Add Anchor Point Tool]

Tip:  Het gereedschap Ankerpunt toevoegen [Add Anchor Point Tool] stelt je in staat om ankerpunten op bestaande paden toe te voegen.
Met extra ankerpunten krijg je meer controle over het pad of kun je een open pad verlengen. Het is echter verstandig niet meer punten toe te voegen dan nodig is. Een pad met minder punten kan gemakkelijker worden bewerkt, weergegeven en afgedrukt. Je kunt een pad minder complex maken door overbodige punten te verwijderen.

Tip:  Standaard verandert het gereedschap Pen in het gereedschap Ankerpunt toevoegen als je het gereedschap op een geselecteerd pad plaatst of in het gereedschap Ankerpunt verwijderen als je het gereedschap op een ankerpunt plaatst. Je moet Automatisch toevoegen/verwijderen in de Optiebalk [Option Bar] selecteren om ervoor te zorgen dat het gereedschap Pen automatisch verandert in het gereedschap Ankerpunt toevoegen of Ankerpunt verwijderen.

Ankerpunt verwijderen [Delete Anchor Point Tool]

Tip:  Het gereedschap Ankerpunt verwijderen [Delete Anchor Point Tool] stelt je in staat om ankerpunten op bestaande paden te verwijderen. Verwijder ankerpunten niet met de toetsen Delete of Backspace of met de opdrachten Bewerken > Knippen of Bewerken > Wissen. Met deze toetsen en opdrachten wordt niet alleen het punt verwijderd, maar ook de lijnsegmenten die zijn verbonden met dat punt.

Tip:  Standaard verandert het gereedschap Pen in het gereedschap Ankerpunt toevoegen als je het gereedschap op een geselecteerd pad plaatst of in het gereedschap Ankerpunt verwijderen als je het gereedschap op een ankerpunt plaatst. Je moet Automatisch toevoegen/verwijderen in de Optiebalk [Option Bar] selecteren om ervoor te zorgen dat het gereedschap Pen automatisch verandert in het gereedschap Ankerpunt toevoegen of Ankerpunt verwijderen.

Ankerpunt omzetten [Convert Point Tool]

Tip:  Met het gereedschap Ankerpunt omzetten [Convert Point Tool] kun je  het pad fine- tunen .
Als je het gereedschap Ankerpunt omzetten wilt activeren terwijl het gereedschap Direct selecteren  [Direct Selection Tool] is geactiveerd, zet je de aanwijzer op een ankerpunt (punt is gevuld met zwart) en druk je op Ctrl+Alt

Horizontaal tekst Sneltoets T [Horizontal Type Tool]

Tip:  Het gereedschap Horizontaal tekst  [Horizontal Type Tool] maakt bewerkbare tekst op een aparte laag.  Om de tekst snel te kunnen bewerken dubbelklik op de T in de Laag [Layer] in het Lagenvenster [Layers Palet]

Tip: Probeer bij het gebruik van tekst in je project eerst te beslissen over het lettertype en je pas dan te richten op de lettergrootte. De werkelijke grootte van de tekst kan sterk variëren tussen lettergroottes, dus verspil je tijd niet in het vinden van de juiste grootte voor een lettertype dat je uiteindelijk toch niet kunt gebruiken.

Tip: Tekst gereedschap [Type Tool] geselecteerd: Selecteer tekst en druk op Alt ← of → (de pijltjestoetsen) om spatiëring tussen de letters te vergroten of te verkleinen.

Tip: Tekst gereedschap [Type Tool] geselecteerd: Selecteer tekst en druk op Ctrl+Shift < of > om de tekst te vergroten of te verkleinen.

Tip:  Als de tekst groter moet dan de toegestane 1296 pt, gebruik dan Vrije Transformatie Sneltoets Ctrl+T [Free Transform]

Tip:  Als je Tekst aan het bewerken bent zijn veel sneltoetsen niet beschikbaar. Om de Tekst bewerkings modus te verlaten druk je Ctrl+Enter in en vervolgens kun je weer elke sneltoets gebruiken.

Tip: Bij het gebruik van het Tekst gereedschap [Type Tool], kun je de geselecteerde tekst met Alt+ Shift ingedrukt en de pijltjes ↑ (pijl omhoog) of ↓ (pijl omlaag) de basislijn naar boven of onderen verschuiven.

Tip: Tekst vullen met afbeelding: Selecteer het Tekstgereedschap [Type Tool] en type een tekst op een Tekstlaag [Type Layer]. Open een afbeelding.

tekst

Klik op de afbeelding en druk op Ctrl+A (= Selecteren [Select]), druk daarna op Ctrl+C (= Kopiëren [Copy]). Klik nu op de tekstlaag en druk op Ctrl+V (=Plakken [Paste]. De afbeelding staat nu bovenop de Tekstlaag [Type Layer]

tekst-2

Klik in het deelvenster Lagen [Layers Panel] met Alt+linkermuisknop ingedrukt tussen beide lagen waardoor er een pijlhaakje verschijnt. De afbeelding staat nu in de tekst. Met Ctrl+T (=Vrije Transformatie [Free Transform]) en de afbeeldingslaag geselecteerd (= erop klikken) in het deelvenster Lagen [Layers Panel] kun je de afbeelding slepen en draaien binnen de tekst. Klik op het Verplaatsen gereedschap [Move Tool] om de transformatie te bevestigen.

tekst-transform

Verticale tekst Sneltoets T [Vertical Type Tool]

Tip:  Het gereedschap Verticale tekst  [Vertical Type Tool] maakt bewerkbare tekst op een aparte laag.  Om de tekst snel te kunnen bewerken dubbelkik op de T in de Laag [Layer] in het Lagenvenster [Layers Palet]

 

Masker voor horizontale tekst Sneltoets T [Horizontal Type Mask Tool]

Tip:  Het gereedschap Masker voor horizontale tekst  [Horizontal Type Mask Tool] creëert een masker of selectie op basis van de tekstgrootte en het lettertype dat je hebt gekozen .

Masker voor verticale tekst Sneltoets T [Vertical Type Mask Tool]

Tip: Het gereedschap Masker voor verticale tekst  [Vertical Type Mask Tool] creëert een masker of selectie op basis van de tekstgrootte en het lettertype dat je hebt gekozen .

Padselectie Sneltoets A [Path Selection Tool]

Het gereedschap Padselectie [Path Selection Tool] stelt je in staat om één pf meerdere paden te selecteren, verplaatsen en/of te combineren.

Direct selecteren Sneltoets A [Direct Selection Tool]

Met het gereedschap Direct selecteren  [Direct Selection Tool] kun je direct punten op een pad selecteren om aanpassingen te maken.

Tip:  De gereedschappen uit de cluster vormen van het tekengereedschap beschikken elk over een unieke subset opties in de Optiebalk [Option Bar] . Klik op de pijl rechts van de rij met vormknoppen op de optiebalk om de opties weer te geven.

Rechthoek Sneltoets U [Rectangle Tool]

rechthoek-maken

Rechthoek maken [Create Rectangle]
>Breedte [Width]
>Hoogte [Height]
>Vanuit middelpunt [From Center]
OK [OK]
Annuleren [Cancel]

Tip: Het gereedschap Rechthoek  [Rectangle Tool] maakt op basis van in de Optiebalk [Option Bar] te kiezen vorm [shape], pixels [pixels] of pad [path] een rechthoek of vierkant (door tijdens het slepen met de linkermuisknop tegelijkertijd Shift in te drukken)

Afgeronde rechthoek Sneltoets U [Rounded Rectangle Tool]

Afgeronde-hoeken

Afgeronde rechthoek maken [Create Rounded Rectangle]
>Breedte [Width]
>Hoogte [Height]
>Stralen [Radii]
>Vanuit middelpunt [From Center]
OK [OK]
Annuleren [Cancel]

 

Tip: De sneltoets voor het verhogen of verlagen van de straal voor de hoeken van het gereedschap Afgeronde rechthoek [Rounded Rectangle Tool] met een pixel is [ of ]. Als je de Shift-toets tegelijkertijd indrukt (dus plus [ of ] ) wordt de straal met sprongen van 10 verminderd dan wel verhoogd.

Ovaal Sneltoets U [Ellipse Tool]

ovaal-maken

Ovaal maken [Create Ellipse]
>Breedte [Width]
>Hoogte [Height]
>Vanuit middelpunt [From Center]
OK [OK]
Annuleren [Cancel]

 

Tip:  Met het gereedschap Ovaal  [Ellipse Tool] maak je ovalen (elipsen) of cirkels (door tijdens het slepen met de linkermuisknop tegelijkertijd Shift in te drukken).

Veelhoek Sneltoets U [Polygon Tool]

veelhoek-maken

Veelhoek maken [Create Polygon]
>Breedte [Width]
>Hoogte [Height]
>Aantal zijden [Number of Sides]
>Vloeiende hoeken [Smooth Corners]
>Ster [Star]
>Zijkanten inspringen met [Indente Sides By]
>Vloeiende inspringingen [Smooth Indents]
OK [OK]
Annuleren [Cancel]

Tip: Bij het gebruik van het Veelhoekgereedschap [Polygon Tool], druk je op [ of ] om het aantal zijden met 1 te verlagen of te verhogen. Als je de Shift-toets tegelijkertijd indrukt (dus plus [ of ] ) wordt het aantal zijden met sprongen van 10 verminderd dan wel verhoogd.

veelhoekgereedschap

Lijn Sneltoets U [Line Tool]
Tip: Je kunt met het Lijn gereedschap pijlkoppen maken aan weerszijden van de lijn (zie opties in de Optiebalk [Option Bar])

Aangepaste vorm Sneltoets U [Custom Shape Tool]

created-custum-shape

Aangepaste vorm maken [Create Custom Shape]
>Breedte [Width]
>Hoogte [Height]
>Vanuit middelpunt [From Center]
>Verhoudingen behouden [Preserve Proportions]
OK [OK]
Annuleren [Cancel]

Tip:   Als het gereedschap Aangepaste vorm [Custom Shape Tool] is geselecteerd, zal drukken op [ of ] (de beugel toetsen) de vorm veranderen naar de volgende of vorige vorm in de kiezer voor aangepaste vormen [Custom Shape Picker] (te vinden in de optiebalk [Option Bar]). Shift + [ of ] selecteert de eerste of laatste vorm.

Tip: Standaard heeft Photoshop verschillende vormen aan boord zoals harten, pootafdrukken en pijlen.  Als je op het internet zoekt op “Free Photoshop Shapes” kun je dergelijke sets ook gratis downloaden en gebruiken.

G Navigatie (en 3D gereedschappen niet vermeld)

Handje Sneltoets H [Hand Tool]

Tip: Als het Handje gereedschap [Hand Tool] is geselecteerd en de optie Alle vensters schuiven [Rol All Windows] in de Optiebalk [Option Bar] is aangevinkt, kun je alle geopende documenten tegelijkertijd in/uitzoomen.

Tip: Dubbelklikken op het Handje [Hand Tool] en de weergave van de afbeelding gaat naar In Venster [Fit on Screen]

Tip: Als je met een ander gereedschap werkt druk je de spatiebalk in dan verschijnt het handje.

Tip: Als je het handje even tijdelijk nodig hebt, houd je de H toets ingedrukt. Klikken met de linkermuisknop laat de afbeelding (tijdelijk) strak in het venster zien. Als je de H toets loslaat kun je weer verder werken met je oorspronkelijke gereedschap.

Weergave roteren Sneltoets R [Rotate View Tool]

Met het gereedschap Weergave roteren [Rotate View Tool] kun je het canvas niet-destructief draaien.
Dit is handig voor het verkrijgen van een betere hoek tijdens het werken met een tekentablet. Het document zelf  verandert niet; het is het standpunt dat wordt gedraaid.

Zoomen Sneltoets Z [Zoom Tool]

Tip: Wanneer je op een afbeelding sterk hebt ingezoomd, druk op H (houdt vast) en sleep in de afbeelding naar een plek om daar direct naar het volledige scherm te springen en weer terug naar een ander gebied. Een van de beste Photoshop-tips voor het bekijken van het werk!

Tip: Inzoomen op een foto: klik op het vergrootglas in het Gereedschap [Tools] (of sneltoets Z op het toetsenbord). Het is het 5e icoontje van onderen. Bovenin de Optiebalk [Option Bar] zie je nu aan de linkerkant een vergrootglas met een plusje erin en een vergrootglas met een minnetje er in. Als je op dat icoontje klikt en vervolgens in de foto, kun je inzoomen, dan wel uitzoomen. Om de foto ingezoomd over het canvas te kunnen bewegen houdt je de spatiebalk ingedrukt. De muisaanwijzer verandert dan in een Handje [Hand Tool]. Met een ingedrukte linkermuisknop en ingedrukte spatiebalk kun je de foto over het canvas bewegen en zo een vergroting in alle hoeken bekijken.

Tip: Dubbelklikken op het Zoom gereedschap [Zoom Tool] toont de afbeelding op 100%

Tip:  Om in / uit te zoomen druk je op Ctrl en de + (plus ) / – (min) toets of druk op  Alt  en scrol met het muiswiel.

Voorgrondkleur instellen Sneltoets D; Wisselen: Sneltoets X [Set Foreground Color]

Tip:  Om een laag te vullen met de voorgrondkleur: Alt+Backspace, met de Achtergrondkleur Ctrl+Backspace

Bewerken in snelmaskermodus Sneltoets Q [Edit in Quick Mask Mode]

Tip: Als je de Snelmaskermodus wilt gebruiken, begin je met een geselecteerd gebied en maak je een masker door de selectie uit te breiden of in te perken. Je kunt het masker ook helemaal in de Snelmaskermodus maken. Met kleur wordt het onderscheid aangegeven tussen de beschermde en de niet-beschermde gebieden. Wanneer je de Snelmaskermodus verlaat, worden de niet-beschermde gebieden een selectie.

Opmerking: Terwijl u in de Snelmaskermodus werkt, wordt er in het deelvenster Kanalen een tijdelijk snelmaskerkanaal weergegeven. Alle maskerbewerkingen voert u echter in het afbeeldingsvenster uit.

Tip: Als je bij het maken van selecties klikt op het icoon Bewerken in Snelmaskermodus [Edith in Quick Mask] aan de onderkant van het gereedschapsventster [Tools] ga je naar de Snelmaskermodus [Quick Mask Mode]. In deze modus [Mode] heeft de rode bedekking (standaard is deze kleur geselecteerd) betrekking op de gebieden die niet zijn geselecteerd, en de geselecteerde pixels zullen onbedekt blijven. Je kunt met het zwarte penseel [Brush] delen toevoegen aan het masker (te zien door middel van een rode bedekking), of verf met wit om delen van het rode masker verwijderen. Je kunt ook schilderen met grijstinten om semi-transparante selecties te maken. Om de kleur en/of het gebied [Color Indicates] of de dekking [Opacity] van de bedekking te veranderen dubbelklik je op het icoon Bewerken in Snelmaskermodus [Quick Mask Mode] aan de onderkant van het gereedschapsventster [Tools]. Hierna opent het venster Snelmasker opties [Quick Mask Options].

Modus standaard scherm Sneltoets F [Standard Screen Mode]

Modus volledig scherm met menubalk Sneltoets F [Full Screen Mode With Menu Bar]

Modus volledig Scherm Sneltoets F [Full Screen Mode]

Met ingang van de update CC 2015.1 Heet de Gereedschapbalk de WERKBALK [Toolbar]
De gereedschappen zijn gelijk gebleven, alleen de iconen zijn aangepast.
Daarnaast is er nu de mogelijkheid om de Werkbalk [Toolbar] helemaal naar eigen inzicht in te delen.
Als je klikt op het icoon: Werkbalk bewerken opent er een vervolgvenster, waarin je de minder gebruikte iconen kunt verslepen naar rechts.

Werkbalk

Vervolgvenster Werkbalk aanpassen:

Werkbalk bewerken

Je kunt zelfs een nieuwe sneltoets aan het gereedschap toekennen als je op de letter die er achter staat klikt.

De gereedschappen die je hebt geselecteerd om te gebruiken in de werkbalk, kun je opslaan in de persoonlijke werkruimte

Nieuwe werkruimte

Vertaalde tips o.a.:

2-Minute Design
http://photoshoptrainingchannel.com/
http://www.creativebloq.com/photo-editing/photoshop-tips-and-fixes-612316
http://digital-photography-school.com/tips
http://www.throughstrangelenses.com/
http://www.everydayhdr.com/
http://www.phlearn.com/
http://www.tut-tube.com
http://www.davemorrowphotography.com/
http://www.shutterevolve.com/
https://helpx.adobe.com/nl/photoshop/topics.html

 

Voor De Fotoblogger schrijf ik een serie over gereedschap in Photoshop (CC2015).
Als je op zoek bent naar verdieping, kan ik je de artikelen aanbevelen:

Het gereedschap Verplaatsen binnen Photoshop CC2015 (voor fotografen) uitgediept.

Selectiegereedschappen binnen PS CC2015 (voor fotografen) uitgediept.

Uitsnijdgereedschappen binnen PS CC2015 (voor fotografen) uitgediept.

Meetgereedschappen binnen Photoshop CC2015 (voor fotografen) uitgediept

Retoucheergereedschappen Photoshop CC2015 (voor fotografen) uitgediept Deel I

Retoucheergereedschappen Photoshop CC2015.1 (voor fotografen) uitgediept Deel II

Tekengereedschap binnen PS CC2015.1 (voor fotografen) uitgediept

Tekst- en tekengereedschappen binnen PS CC2015.1 (voor fotografen) uitgediept

Navigatiegereedschappen en overige binnen PS CC2015.1 (voor fotografen) uitgediept.

 

 

 

Bewaren